Maandenlang was ik aan het fantaseren over deze dag.
De dag dat ik 9 uur ging rennen. 9 uur lang onafgebroken mijn stinkende best doen om die 9 uur vol te houden. Ik had het mezelf niet makkelijk gemaakt. 9 uur, minimaal 71 kilometer en dan nog een extra ultiem doel erbij: twee marathons achter elkaar.
In mijn hoofd had ik die dag al honderd keer gelopen. Vooral in de dagen ervoor. Intens. Want eerlijk: ik kon me er gewoon geen voorstelling van maken.
Ik wist wat mij te doen stond, maar kon ik het ook?
Ik had nooit verder gelopen dan een marathon. Nooit langer dan 4,5 uur. En nu moest het ineens dubbel zo lang. Ik moest geloven dat mijn voorbereiding — weken van richting de 100 kilometer — genoeg was. Dat mijn benen het aankonden. Dat alles wat ik had gedaan, voldoende zou zijn.
Twijfels
En dan die dag zelf.
Wie zouden er komen? Hoe zou de sfeer zijn? Hoe zou het voelen om urenlang onderweg te zijn, terwijl mensen aanhaken, afhaken, mij zien struggelen? Hoe zou ik reageren als ik in een diep dal zou komen?
Ik moest het gewoon gaan ervaren.
De dagen vooraf waren op zichzelf al een challenge. Slapen ging slecht. Mijn hoofd stond continu aan. Maar ik wist ook: dit mag geen invloed hebben. Dit hoort erbij.
De nacht voor de run sliep ik gelukkig redelijk goed.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
De ochtend
Op 14 maart werd ik fris wakker.
Rustig. Mijn hartslag bevestigde het: kalmte.
Mijn hoofd stond wel aan, maar mijn lichaam werkte mee. Eerst eten: pannenkoeken, een eiwitreep en een sterke espresso. Super lief op bed geserveerd door Rudin.
Geen haast. Gewoon rustig blijven.
Laatste checks. Spullen klaar. Nog even de benen in de compressor. Even de bloedsomloop op gang brengen en gewoon ontspannen.
Ondertussen was Rudin buiten in dat gure weer de route aan het uitzetten met rood-wit lint. De heldin. Alles om mij te ontzien.
Klaarmaken tot in detail
De laatste voorbereidingen.
Loopwol tussen mijn tenen en deels onder mijn voeten. Compressiekousen eroverheen. Alles ingesmeerd met anti-frictie. Tepels, binnenkant benen, oksels…alles.
Want schaafwonden? Die zijn killing. Dat wil je niet.
En als er toch iets zou gebeuren… dan is dat maar zo. Dat is op de tanden bijten. Dat soort pijntjes vallen in het niets na alles wat ik de maanden na mijn operatie heb meegemaakt.
Naar de start
Auto in, navigatie aan — want ja, na 1,5 jaar hier wonen is dat richtingsgevoel nog steeds niet geïnstalleerd.
Op de parkeerplaats stonden ze al. Bekenden. Familie. Vrienden. In de regen. Op tijd.
Niet ideaal weer, maar ergens paste het ook wel. Dit was geen comfortabele dag. Dit was een dag van extremen.
Gelukkig: geen wind. Dat scheelt alles op zo’n open stuk.
Onder een paraplu nog de laatste voorbereidingen. Bidons vullen met de juiste mix, alles volgens plan.
Daarna met z’n allen richting start/finish. Nog even genieten van het gezelschap. Laatste dingen bespreken.
Nog een foto. Die moest online.
En toen…
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
De start
Dat moment.
Zoveel energie dat het bijna tastbaar was. Alsof de grond meebewoog.
We gingen samen van start. En dat “samen” bleek goud waard. Mijn oud-klasgenoten wisselden elkaar af met fietsen en rennen. Altijd iemand naast me.
Mijn horloge werkte niet mee. Tempo’s die nergens op sloegen. Dus ik liet het los en ging af op gevoel.
We liepen iets te hard.
Ik wist het. Zij wisten het.
Maar we praatten. Veel. Vooral in het begin. En eerlijk: dat hielp. Voor je het weet ben je drie uur verder.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
Het wordt serieus
Na een paar uur voel je het.
De benen worden zwaarder. Dat is het moment waarop het echt begint.
Ik checkte bij mijn mede-lopers. Iedereen zat in hetzelfde schuitje. Zware benen, maar controle.
En dat gaf vertrouwen.
Het moment van twijfel
En toen, rond de 43 kilometer, kwam het moment.
Kramp.
Niet een beetje, maar echt erin schieten. Hard. Het soort kramp waarvan je denkt: dit kan mijn hele race slopen.
Heel even was daar twijfel.
Is dit het?
Gelukkig had ik de juiste mensen om me heen. Mijn klasgenoten — degenen die de studie wél hadden afgemaakt — kwamen direct met een oplossing:
“Loop eens een stukje achteruit.”
Klinkt simpel. Misschien zelfs raar.
Maar het werkte.
Dat stukje achteruit lopen was mijn redding. De kramp trok weg en ik kon weer door. En dat was belangrijk, want ergens zat die angst: als dit doorzet, is het klaar.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
Gewoon doorgaan
De rest nam ik voor lief.
De diarree-aanvallen die meerdere keren kwamen? Die hoorde erbij. Ik pompte mezelf vol met gels en koolhydraatdrank. Echt flinke hoeveelheden.
In combinatie met het feit dat ik gewoon een stukje darm mis… tja.
Ergens wist ik dat dit kan gebeuren.
Dus geen paniek. Gewoon doorgaan.
De mensen maken het verschil
Mijn mede-lopers waren goud waard.
Maar wat ik echt niet had zien aankomen, was de impact van de mensen langs de kant.
Spandoeken. Mijn neefjes en kinderen uit mijn straat die meehupsten. Geschreeuw. Aanmoedigingen.
Energie. Overal.
Ik bleef lachen. Gewoon omdat het vanzelf ging.
En steeds weer die gedachte: had ik dit zonder hen gekund?
Misschien.
Maar dit maakte het zoveel groter.
Mensen kwamen uit het hele land. Zonder dat ik ze had uitgenodigd. Ze wilden er gewoon zijn.
Ik zei het nog tegen Rudin: dit voelt als ons levensfeest. Maar dan zonder verplichtingen. Iedereen die er staat, wil er echt zijn.
En dat voel je.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
De regenboog
En midden in die dag verscheen daar ineens een dubbele regenboog (de betekenis is helemaal bijzonder).
Niet zomaar een dubbele regenboog, wat al bijzonder genoeg is. Maar die alles overtrof. Zo groot, zo fel, zo dichtbij dat het bijna onwerkelijk voelde. Op de foto’s leek het alsof we er dwars doorheen liepen.
Alsof alle energie van die dag zich daar even liet zien.
Voor mij voelde het als een cadeautje. Een geschenk dat precies op het juiste moment kwam.
En die pot goud waar iedereen het altijd over heeft?
Die wachtte niet daar…
maar verderop.
Bij de finish.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
De laatste rondes
De laatste rondes gingen bijna vanzelf. Mede gesteund door de 71-mijlpaal die mij stil liet staan bij mijn moeder.
Zingend. Lachend. Een traan. Met energie die alleen maar groeide.
We spraken af om samen te finishen, precies waar alle toeschouwers stonden. Dus we namen wat gas terug om op het juiste moment aan te komen.
En dat lukte.
De finish
Schemering. Rust.
En in de verte: de finish.
Mensen. Geluid. Energie.
En dan dat moment. Door het lint.
Geen twee marathons. Net niet.
Maar wel 82 kilometer.
Bij de finish stond Rudin (en alle andere lieve mensen).
Een omhelzing. Een kus.
En ogen die alles zeiden.
En dan misschien wel het belangrijkste van deze hele dag.
Het geld dat is opgehaald voor het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis: €20.300.
Alle energie van die dag, alle mensen, alle steun — alles zie je terug in dat bedrag.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
Wat het echt was
Deze run is voorbij.
Maar het voelt niet als een einde.
Eerder als het begin van iets nieuws.
Want ergens… heel ergens… zit dat idee alweer in mijn hoofd.
Een vervolg.
To be continued? 😉
Wat deze dag achterlaat
Deze dag was geen run.
Dit was een feest van verbinding.
Iets wat vanzelf groeide. Zonder plan. Zonder verplichtingen.
Gewoon puur.
En dit… hier ga ik nog heel lang op teren.



Het was zeker een hele bijzondere dag. Je bent een kanjer. En vanuit het hele land (Limburg Brabant zeeland) waren er mensen om jou en Rudin te steunen. Het was ondanks de kou een warm gezelschap. 🥰
Prachtig geschreven 🙏💪🌈