Begin april. Bijna drie weken na mijn ingrijpende operatie.
Ik voelde me goed. Dat zei ik ook tegen mijn vrouw: dit is mijn beste dag sinds de operatie.
De periode waarin ik niets meer wilde voelen aan pijntjes, leek ik steeds meer achter mij te laten. Minder steken. Minder zeurende pijn. Het litteken dat zich rustiger hield. De uitstraling naar mijn rug nam af. Elke dag een fractie beter. Zó goed zelfs, dat ik dacht: laat maar wat vrienden langskomen.
Even normaal doen
Nathalie en Raymond kwamen langs. Vrienden bij wie alles vanzelf gaat. We kennen elkaar nog uit de tijd dat ik een bedieningsservice aan huis had. Zij luxe catering, ik regelde de bediening, samen draaiden we de mooiste feesten. Wat toen begon als werk, werd vriendschap. En die is alleen maar hechter geworden.
Ze hadden gekookt. Meerdere gangen. Het plan: samen eten in Doesburg, buiten, in de zon. Want het weer was perfect die dagen. Terwijl ik nog even in de tuin zat bij te komen, stonden zij al aan de deur. Gezellig. Praten. Lachen. Even weg uit alles wat ziekenhuis heet.
En ik had er zin in. In hun eten. In het moment.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
Van zon naar kou
En toen, uit het niets, sloeg het om.
Kou. Rillerig. Een gevoel dat niet klopte. Ik vluchtte naar binnen, zij achter me aan. Op de bank begon ik te klappertanden. Heftig. Oncontroleerbaar. Nathalie zei later dat mijn gezicht gelig was.
Dekens hielpen niet. Nog een deken. Houtkachel aan. Goedbedoelde woorden van mijn vrienden intussen. Maar ik dacht alleen: dit is fout en dit moet nú stoppen.
Ik vraag niet snel om hulp. Maar mijn vrouw en mijn vrienden twijfelden geen seconde. Dit was niet oké. Er werd een ambulance gebeld.
Foute boel
Mijn temperatuur hadden we zelf al gemeten. De thermometer gaf niets geks aan. Achteraf bleek dat ding simpelweg kapot. De ambulancebroeders maten opnieuw: bijna 39 graden.
In Rijnstate Arnhem liep die temperatuur snel op naar 41,5. Ik kreeg direct antibiotica, nog vóór er duidelijkheid was. Bloedonderzoek liet ontstekingswaarden zien van 180. Normaal is 0 tot 5.
Een scan gaf het antwoord: een lekkage aan mijn lever. Een holte gevuld met gal. Bah.
Rijnstate durfde het niet zelf aan mij te behandelen. De volgende dag ging ik per ambulance naar Zwolle.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
Een ingreep die je liever niet kent
In Zwolle werd snel besloten dat er ingegrepen moest worden. Wat precies, wist ik nog niet. En misschien maar goed ook.
Ik voelde me beroerd. Het wachten duurde. Alles voelde al ellendig, zonder te weten wat er nog ging komen.
Net voorafgaande aan de ingreep, terwijl ik op een smal bankje lag, kreeg ik uitleg: er zou een drain geplaatst worden. Dwars door mijn lever heen. Slecht te verdoven. Dat zou ik voelen. En dat voelde ik.
De drain werd geplaatst. Het lukte. Maar ik zag de spanning bij de artsen. De pijn was heftig. Zonder morfine niet te doen. Waarschijnlijk werd er iets geraakt. Later bleek dat mijn longvlies mogelijk geïrriteerd was.
Leven met een zak
Daarna werd het langzaam beter. Maar ik had een zak met galvocht aan mijn lichaam. Dagelijks legen. Gal. Geen fraai gezicht. En vooral: onzekerheid. Niemand wist hoe lang dit moest blijven. Idealiter zou de lekkage vanzelf stoppen.
Na een maand was er geen verbetering. Dat was het minst fijne scenario. Er moest iets gebeuren.
(Tekst gaat verder onder de afbeelding)
Nog een keer onder het mes
De oplossing: een stent in mijn lever om de lekkage te stoppen. Niet zonder risico. De alvleesklier kon geraakt worden. En precies dat gebeurde.
Tijdens de ingreep werd mijn alvleesklier geraakt. Een extra stent was nodig. Weer een tegenslag.
Daarna volgde wachten. Afwachten of de stents hun werk deden. De alvleesklierstent viel er vanzelf uit, zoals bedoeld. De leverstent moest later verwijderd worden indien de lekkage stopte.
De de lekkage stopte. Geen zak meer aan mijn been. Geen scenario waarin ik de rest van mijn leven gal zou moeten afvoeren. Die angst zat er wel degelijk.
De laatste horde
Het verwijderen van de leverstent? Misschien wel de vervelendste ingreep van allemaal.
Alleen keelverdoving. Een slang. Een grijpertje. Drie pogingen. Kokhalzen. Volledig bij bewustzijn. Allesbehalve prettig.
Maar daarna was het klaar.
Wat blijft
Als ik terugkijk, blijft vooral één moment hangen. Die dag in april. Dat ik me goed voelde. Dat ik vrienden uitnodigde. En dat zij er waren toen het misging. Alert. Rustig. Besluitvaardig.
Het etentje ging niet door. Maar dat werd later ruimschoots ingehaald. En meer dan dat: we vierden samen vakantie in het prachtige Puglia.
Vriendschap zit niet in alleen maar mooie momenten.
Vriendschap zit in er zijn, precies wanneer het nodig is.



Kanjer van een Frank,
We hebben zojuist alles rustig gelezen en het raakte ons echt. Het is zo mooi om te lezen wat hier staat, en we zijn oprecht blij dat we op dat moment samen daar waren. Ook voor Rudin voelde het heel waardevol om dit met elkaar te kunnen doen, in plaats van dat ze deze keuzes alleen moest dragen.
We zijn ontzettend dankbaar voor de vriendschap die we hebben. Alles wat jullie het afgelopen jaar al hebben doorstaan, heeft die band alleen maar hechter gemaakt. Dat voelt bijzonder en heel dierbaar.
En wees maar voorbereid: jullie zijn nog láng niet van ons af Puglia gaat ons nog vaak voorbij zien komen.
Liefs van Ray en Nathalie
Dank voor de mooie woorden