9 Uur Challenge
Ode aan Rudin

Een ode aan Rudin

Precies een jaar geleden begon iets wat ons leven voorgoed veranderde.
Een etentje. Mijn vrouw, haar zus en haar zwager gingen uit eten. Ik was in de buurt en schoof aan. Als ik uit eten ga, kies ik voor vlees. Thuis eet ik het nauwelijks. Rudin is vegetarisch en dat bevalt me eigenlijk prima. Noem me gerust een flexitariër. Ze kookt fantastisch, dus ik mis niets.

Dat ene stukje vlees bleek een trigger. De dag erna kreeg ik hevige pijn. Het leek op nierstenen. Ik negeerde het. Zoals altijd. De volgende dag was het niet meer te doen. Rudin greep in en stuurde me naar de huisartsenpost. Met tegenzin ging ik, en Rudin ging mee. En daar ben ik haar nog altijd dankbaar voor.

Het moment waarop alles kantelde

Dat ene bezoek zette een lang traject in gang. Onderzoeken volgden elkaar op. Echo’s, scans, wachten. Rudin leerde me hoe ik mijn ziekenhuisgegevens kon inzien.

Na een echo werd gesproken over galstenen. Dat klonk overzichtelijk. Thuis proostten we zelfs op de duidelijkheid. Later die dag was ik alleen. Ik opende het verslag opnieuw en liet de medische termen uitleggen. Ik las woorden die alles deden kantelen. Vermoedelijke uitzaaiingen.

Ik belde Rudin. In paniek. In shock. Ze twijfelde geen seconde en kwam direct naar huis. We huilden samen. Dit kon toch niet waar zijn?

Onzekerheid, pijn en een nieuwe kant van mezelf

De pijn bleef. Niet ondraaglijk, maar genoeg om wakker van te liggen. Er brak een periode van wachten en piekeren aan. Ik leerde een kant van mezelf kennen die ik niet kende. Ik kon breken. Ik kon huilen.

En telkens was daar Rudin. Om te luisteren. Om mijn angst ruimte te geven. Om er gewoon te zijn.

Samen naar de operatie

Rudin ging mee naar ieder ziekenhuisbezoek. Ook naar de spannendste dag van mijn leven: de operatiedag. Samen liepen we door de gang. Ik in een veel te sexy blauw operatiejasje. Zij rechtsaf. Ik links. Richting de operatietafel.

Ik was er klaar voor. Maar ik had vooral met haar te doen. Zij moest negen uur wachten. Gelukkig stond haar zus naast haar. Dit draag je niet alleen.

(Tekst gaat verder onder de foto)

Herstel, rondjes en rolstoelkilometers

De operatie slaagde. Na een dag intensive care kreeg ik een eigen kamer. Rudin bleef slapen. De eerste dagen waren te overzien. Daarna werd het zwaarder. Te zwaar. Ze moest ook rust nemen en ging naar huis.

Maar iedere dag was ze er. Met haar glimlach. Haar positiviteit. En iets lekkers, ook al kreeg ik vaak geen hap door mijn keel.

“Kom, even wandelen.”
In de rolstoel. Kleine rondjes. Elk hobbeltje voelde ik. Uren liepen we zo. Door het park. Soms zelfs naar het centrum van Zwolle voor een ijsje. Het was zwaar voor haar. Ze liet het nauwelijks merken. Af en toe een traan. Dan huilden we samen. Dat werkte beter dan welk medicijn ook.

(Tekst gaat verder onder de foto)

Rondje rolstoel

Dichter bij elkaar dan ooit

Ik besefte hoe bijzonder het is als iemand blijft staan. Ook als het zwaar wordt. Ik had me kunnen voorstellen dat het haar te veel werd. Een zieke man. Afhankelijk. Maar het tegendeel gebeurde. We groeiden naar elkaar toe.

Thuis wandelden we verder. In Doesburg. Korte rondjes. Hand in hand. Trillend. Soms zwijgend. Soms pratend. Ik kon alles kwijt. Mijn angst. Mijn hoop. Mijn twijfel. Rudin luisterde.

“Het komt goed,” zei ze. “Jij kan dit.”

Het dieptepunt en de rust die zij bracht

Er volgden nog complicaties. Ambulanceritten. Paniek. Die ene avond waarin ik dacht dat er iets in mijn hoofd was geknapt. Ik was volledig de controle kwijt.

Rudin bleef rustig. Belde de ambulance. Hield me vast. Die nacht stelde ze me gerust. Dat ik weer zou slapen. Dat ik wakker zou worden. Dat ik weer zou opstaan.

Waarom wij man en vrouw zijn

Tijdens één van onze therapeutische rondjes kwam het ter sprake. Trouwen. Niet gepland. Niet nodig. Maar het kwam op. Bij ons allebei. We praatten erover en wisten het meteen: trouwen voegt niets toe aan wat wij hebben.

Het enige wat niet klopte, was het woord.
“Vriendin” was te klein. Te licht. Alsof we net verkering hadden.

Dus besloten we iets simpels.
Vanaf dat moment noemen we elkaar man en vrouw.
Niet omdat het moet. Maar omdat het klopt.

Mijn vrouw

Rudin is de vrouw van wie ik hou.
En dit jaar heeft me één ding glashelder gemaakt: zij staat er. Juist als het moeilijk wordt. Juist als alles wankelt.

En dat is liefde.

4 gedachten over “Een ode aan Rudin”

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *