Mijn verhaal
Hoe alles duidelijk werd
In oktober 2024 liep ik de marathon van Eindhoven. De race ging goed, maar daarna stortte alles in. Het herstel klopte van geen kant. Mijn benen wilden niet meer, mijn energie was weg en elke training voelde alsof ik door beton liep. Ik begreep er niets van.
De dag dat alles kantelde
In december 2024 ging ik spontaan uit eten met familie. De dag erna werd ik wakker met helse buikpijn die zelfs door morfine heen sneed. Op de huisartsenpost kreeg ik nóg een shot morfine. De eerste onderzoeken wezen op galstenen, dus ik dacht dat het daarmee wel klaar zou zijn.
’s Avonds opende ik – nieuwsgierig – de voorlopige uitslag in mijn medisch dossier. Daar stond een woord dat mijn hele jaar veranderde: uitzaaiingen. De paniek was direct. De huisarts stelde me gerust dat het ook iets anders kon zijn, maar vanaf dat moment begon het medische traject pas echt.
Onderzoek na onderzoek
Tijdens een echo werd een afwijking zichtbaar in mijn buik. Een massa van 4,6 x 2,9 cm, waarschijnlijk een carcinoïdtumor. In mijn lever zat een tweede afwijking van 4 cm. Longen, botten, alvleesklier: allemaal schoon. De tumor zelf was nergens te vinden.
De PET-scan maakte het definitief: NET-kanker, een zeldzame vorm die vanuit het maagdarmstelsel kan ontstaan. De prognose was gelukkig positief, maar er was wél een grote operatie nodig.
(Tekst gaat verder onder de afbeeldingen)
De operatie: 9 uur onder het mes
Op 13 maart 2025 lag ik in Zwolle. De operatie duurde ruim negen uur. Ze verwijderden:
- 66% van mijn lever
- de galblaas
- een flink stuk dunne darm
- de blinde darm
- alle zichtbare uitzaaiingen
De eerste dagen leefde ik op morfine, sliep mijn vriendin bij me en kon ik nauwelijks bewegen. Ik lag een week in het ziekenhuis en ging kapot van de pijn.
Thuis ging het stukken beter, het leek erop dat ik snel zou herstellen. Niets bleek minder waar…
De complicaties: weken van pijn en onzekerheid
Na een etentje met vrienden ging het plots mis. Ik kreeg het ijskoud, begon te klappertanden en binnen een paar uur lag ik in een ambulance. Wat eerst voelde als een “griepje” bleek iets totaal anders.
In het ziekenhuis ontdekten ze dat er gal uit mijn lever lekte. Galvocht hoopte zich op in mijn buik, waardoor ik ziek werd – en bleef. Een drain werd geplaatst om het galvocht af te voeren. Helaas bleek het niet vanzelf te stoppen, waardoor een extra ingreep, een maand later, nodig bleek: een stent in mijn lever.
Alsof dat nog niet genoeg was, kreeg ik het ineens erg benauwd, na een scan kreeg ik te horen dat er meerdere longembolieën zaten in beide longen. Stolsels die mijn longen blokkeerden. Ik kon geen 200 meter meer lopen zonder dat mijn hartslag explodeerde. Even naar de wc was al een uitputtingsslag. Alles kostte lucht die ik niet meer had.
Het werd een patroon. Naar huis, terug naar het ziekenhuis, weer naar huis, en dan wéér terug. Elke keer hetzelfde riedeltje: pijn, ontstekingen, koorts, antibiotica, angst. Elke dag was onzeker. Elk uur kon omslaan. Ik leefde in korte stukjes, van meting naar meting.
Er was een avond waarop het echt kantelde. Ik lag in een ambulance en kon niet meer praten, niet meer bewegen. Mijn armen deden niets. Mijn benen gaven het op. Het voelde alsof mijn lichaam zichzelf uitzette. Ik kon alleen nog kijken, verder niks.
Maar ergens in die chaos begon het langzaam te keren. Pijn die afnam. Adem die terugkwam. Aardse dingen die ineens weer lukten. Ik voelde weer licht, heel voorzichtig, alsof mijn lichaam heel zachtjes zei: ik ben er nog.
Langzaam vooruit
In mei zakte de ontstekingswaarden eindelijk. De drain mocht eruit. De stentprocedures waren achter de rug. Mijn lichaam herstelde, al voelde het alsof ik een wrak was dat opnieuw moest leren draaien. Op 28 mei 2025 gaf de longarts mij het fiat om weer te gaan hardlopen. Mijn eerste run? Bedroevend slecht, heel confronterend. Maar het maakte niet uit. Het was winst. Ik was er nog.
Vanaf daar begon ik opnieuw: wandelen, korte stukjes hardlopen, trainen op vakantie, schema’s volgen, rustdagen nemen, nieuwe schoenen kopen en langzaam mijn oude ritme terugvinden.
Nu loop ik gemiddeld 55 km per week, vijf keer per week.
En op 14 maart 2026, precies één jaar en een dag na de operatie, loop ik 9 uur lang. Niet voor een tijd.
Maar als ode aan herstel en om geld op te halen voor onderzoek naar kanker.
Dit is mijn verhaal.
Dit is mijn comeback.
Dit is de 9 UUR Challenge.




