In de maanden voor mijn operatie van 13 maart hield ik mezelf strak in het gareel. Hardlopen was mijn anker. Ik wilde met een zo fit mogelijk lichaam de operatie in, omdat de artsen het helder uitlegden: een sterk lijf vergroot je kans op herstel. Dus bleef ik trainen.
Een dag voor de operatie liep ik nog een rondje toen het ziekenhuis belde. Ik nam op, buiten adem. De vrouw aan de lijn moest lachen. “Goed bezig, Frank.” Het voelde als een soort afzwaaien, een laatste bevestiging dat ik er klaar voor was.
Dat bleek een illusie. Want niets had me voorbereid op het herstel dat zou volgen. De complicaties waren heftig. Pijn die in alles sneed, een litteken dat elke beweging afstrafte en uiteindelijk longembolieën die het zelfs gevaarlijk maakten om te bewegen. Hardlopen verdween van de kaart. Onmogelijk.
Voor mij voelde dat alsof er een deel van mijn identiteit werd afgepakt. Wie veel loopt, herkent dat. Het is geen hobby. Het is een virus, een manier van denken, een uitlaatklep. En ineens was dat weg.
De terugkeer die geen terugkeer was
2,5 maand na de operatie kreeg ik toestemming om het weer te proberen. Met duidelijke waarschuwingen: langzaam opbouwen, luisteren naar mijn lichaam.
Maar diep vanbinnen hoopte ik op een klein teken van mijn oude vorm. Iets dat liet zien dat er nog iets lag opgeslagen in mijn spieren, in mijn geheugen.
De eerste meters leerden me iets anders. Mijn hartslag vloog omhoog. Mijn lijf protesteerde. De paar honderd meter die ik liep waren er te veel. Mijn horloge was meedogenloos: dit was niet de Frank van de marathon van afgelopen oktober 2024. Dit was iemand die opnieuw moest leren bewegen.
Ik kwam thuis met tranen in mijn ogen. Zie je wel—alles kwijt. Dat gevoel sneed harder dan de pijn in mijn lijf.
Maar tussen die teleurstelling zat ook iets anders. Een fluisterende gedachte: je loopt weer. Dat had net zo goed anders kunnen aflopen. En dat besef duwde me vooruit.
Laag voor laag opnieuw beginnen
Ik accepteerde dat ik niet kon terugpakken waar ik was gestopt. Dus begon ik opnieuw, met Evi als virtuele hardloopcoach. .
Dat voelde in het begin als een stap terug, maar het was precies wat nodig was.
De eerste weken kroop de vooruitgang. Maar elke training gaf iets terug. Rust. Ritme. En vooral: vertrouwen dat mijn lichaam nog steeds iets voor me over had.
Hardlopen werd weer van mij, maar anders. Minder vanzelfsprekend. Meer verdiend.
In een volgende blog vertel ik waar ik nu sta.
En geloof me: de weg terug levert meer trots op dan de vorm die ik ooit had.


